Kaakklachten kunnen afkomstig zijn van de kauwspieren of het kaakgewricht. De meest voorkomende klachten betreffen:

  • pijnlijke of vermoeide kauwspieren;
  • pijnlijk kaakgewricht;
  • beperkte of scheve mondopening;
  • kaak uit de kom;
  • kaakgewrichtsgeluiden (kaakknappen of schurende geluiden).

Deze klachten kunnen leiden tot beperkingen in dagelijkse activiteiten, zoals moeite met kauwen, praten of gapen. Kaakklachten en de gevolgen ervan kunnen problemen geven op het werk, in het gezin of het sociale leven. Uw tandarts kan kaakklachten herkennen en eventueel behandelen. Hij kan u ook doorverwijzen naar een tandarts-gnatholoog.

Oorzaak van kaakklachten

Kaakklachten worden vaak veroorzaakt, of in stand gehouden, door overbelasting van de kauwspieren en het kaakgewricht. Daarbij spelen verkeerde mondgewoontes een grote rol: bijvoorbeeld de gewoonte om de kiezen op elkaar te klemmen of om de tanden van de onderkaak langs die van de bovenkaak te schuren (tandenknarsen) dat vooral ’s nachts gebeurt. Stress is ook van invloed: de klachten kunnen toenemen bij een langdurige stresssituatie. Soms kan een ongeluk, zoals een val op de kaak, de oorzaak zijn van kaakklachten. Systemische ziektes (ziektes waarbij het hele lichaam is aangetast), zoals reuma, osteo-artrose (gewrichtsslijtage) of fibromyalgie (pijn in bindweefsel en spieren) kunnen ook ten grondslag liggen aan de klachten.

Diagnostiek van kaakklachten

Om een juiste diagnose te stellen voert uw tandarts een uitgebreid functieonderzoek uit. Daarbij vraagt hij naar de aard, patroon, ontstaan en duur van uw klachten. Uw gelaat,  mondholte en gebit worden geïnspecteerd. De bewegingsuitslagen en het bewegingspatroon van uw kaak worden beoordeeld en gemeten; de aanwezigheid van kaakgewrichtsgeluiden wordt vastgesteld. In geval van pijnklachten controleert uw tandarts ook of u pijn ervaart bij bepaalde kaakbewegingen en kaaktesten.

Vaak is het noodzakelijk om een aanvullende röntgenopname te maken (meestal een zogenaamd orthopantomogram -panoramafoto die beide kaken en de kaakkopjes in beeld brengt-). Daarnaast gebruikt uw tandarts vaak vragenlijsten om onder andere uw algemene gezondheid in kaart te brengen en de mate waarin uw klachten u hinderen vast te leggen.

Behandeling van kaakklachten

De behandeling begint met uitleg over en instructie van wat u zelf kunt doen om de klachten te verminderen. Behandeling van kaakklachten kan met behulp van een opbeetplaat. Deze wordt voorgeschreven bij pijnklachten, beperkte mondopening en wanneer er sprake is van verkeerde mondgewoontes (bijvoorbeeld kaakklemmen en  tandenknarsen). Kaakfysiotherapie (orofaciale fysiotherapie) wordt ook vaak toegepast. In dat geval verwijst de tandarts u naar een gespecialiseerd orofaciaal fysiotherapeut (www.nvof.nl). De tandarts(-gnatholoog) kan oefentherapie voorschrijven.

Soms schrijft de tandarts(-gnatholoog) medicijnen voor: bij zeer recente (acute) pijnklachten (pijnstillers zoals paracetamol en ibuprofen)  of een beperkte mondopening door spierkramp (spierverslappers, zoals valium). Voorafgaand aan het voorschrijven van de medicijnen dient u uw tandarts(-gnatholoog) te informeren over uw algemene gezondheid en eventueel medicatiegebruik. Het voorschrijven van medicijnen vindt veelal in samenspraak met uw huisarts plaats. Bij chronische (pijn) klachten kan een psycholoog worden betrokken bij de behandeling.

Instructies en adviezen bij kaakklachten

De behandeling van kaakklachten begint altijd met een uitleg over de aard, oorzaak en prognose van deze klachten en er worden instructies gegeven over wat u zelf kunt doen om deze te verminderen. De instructies verschillen afhankelijk van de specifieke diagnose en oorzaak van uw klacht. De instructies zijn meestal gericht op mond- en kauwgewoontes. De meest gegeven instructies zijn:

  • Beperk verkeerde mondgewoonten zoals kaakklemmen, nagelbijten of overmatig kauwgum kauwen en let hierop vooral in situaties met spanningen en stress.
  • Vermijd het kauwen van taaie en harde dingen.
  • Kauw een poosje aan de pijnlijke zijde in geval van éénzijdige pijn vanuit het kaakgewricht.